Nieuwe fase IBR-bestrijding - deel 4

Geplaatst op 16 Oktober 2015

I2-opvolgingstest helpt u door te groeien naar IBR-vrij statuut

Vanaf 2016 start een nieuwe fase in de bestrijding van IBR. De focus ligt op de doorgroei van bedrijven met een I2-statuut naar een IBR-vrij (I3-) statuut. Als eerste stap is het belangrijk dat I2-bedrijven een duidelijk beeld krijgen van hun IBR-situatie en doorgroeimogelijkheden. De I2-opvolgingstest vormt hiertoe een geknipt instrument. De nieuwe fase van de IBR-bestrijding verplicht alle I2-bedrijven om vóór 1 juli 2016 een I2-opvolgingstest te laten uitvoeren door hun bedrijfsdierenarts. U hoeft echter niet te wachten tot volgend jaar. Indien u de test nog dit jaar uitvoert kan uw bedrijf nog vóór de start van het volgende weideseizoen evolueren naar een IBR-vrij statuut.

Wat is de I2-opvolgingstest?
De I2-opvolgingstest is een bloedonderzoek van een geselecteerd aantal dieren met prioriteit voor het jongvee (categorie 12 tot 24 maanden). Het aantal is afhankelijk van de grootte van het bedrijf en telt maximum 20 dieren. DGZ voert de selectie uit en bezorgt een analyseaanvraagformulier met de lijst van de oormerknummers aan de bedrijfsdierenarts. Enkel de resultaten voor deze dieren zijn geldig binnen de opvolgingstest. Ga dus niet op eigen initiatief willekeurige dieren uitzoeken voor bemonstering.

Vanaf wanneer kunt u de I2-opvolgingstest laten uitvoeren?
Vanaf november bezorgt DGZ de formulieren voor de I2-opvolgingstesten met de geselecteerde dieren aan de bedrijfsdierenartsen. Bespreek tijdig met uw bedrijfsdierenarts een gunstig moment voor bemonstering. Indien u de test nog dit jaar laat uitvoeren, kan uw bedrijf nog vóór de start van het weideseizoen evolueren naar een IBR-vrij statuut. In ieder geval moet de opvolgingstest gebeuren vóór 1 juli 2016.

Wat leert het resultaat van de I2-opvolgingstest u?
De test gaat op zoek naar IBR gE-antistoffen, die worden opgebouwd na een infectie (aantoonbaar vanaf 2 à 3 weken na contact met het wildvirus). Vaccinatie-antistoffen zijn met deze test niet aantoonbaar.
Het doel van de I2-opvolgingstest is tweeledig: enerzijds gaat deze na of de vaccinatie het verwachte effect heeft gehad, anderzijds helpt de steekproef om een inschatting te maken van de doorgroeimogelijkheden naar een I3-statuut.

Voor bedrijven met geen enkel positief dier in de opvolgingstest is de kans groot dat het bedrijf vrij is van virus en ligt een I3-statuut binnen handbereik.

Als één of meer dieren een positief resultaat hebben in de opvolgingstest, dan kan een aanpassing van het vaccinatieschema of management noodzakelijk zijn. De bedrijfsdierenarts is het best geplaatst om u hierin te adviseren.

Een positief dier is levenslang drager van het virus en zal blijvend virus uitscheiden met gevaar op infectie van andere dieren. Vanaf 2016 zullen enkel veehouders met geen enkel positief dier in de opvolgingstest (niet-interpreteerbare resultaten worden niet meegerekend) nog zelf hun dieren mogen vaccineren binnen het kader van de bedrijfsbegeleiding.

Hoe doorgroeien naar een I3-statuut?
De winterscreening 2015 bracht aan het licht dat 70% van alle I2-bedrijven vrij is van het IBR-virus en dus vlot kan doorgroeien naar een I3-statuut. Bedrijven met een gunstige opvolgingstest (dat wil zeggen dat er geen enkel dier positief test) adviseren we zo snel mogelijk de nodige stappen te zetten om door te groeien naar een I3-statuut. Dit houdt in dat u de opvolgingstest binnen de maand aanvult tot een volledige eerste screening, wat betekent dat u alle overige dieren op het bedrijf die ouder zijn dan 12 maanden laat onderzoeken.

Op kleinere bedrijven volstaat de officiële opvolgingstest als inschatting van de doorgroeikansen. Op grotere bedrijven of bedrijven met een voorgeschiedenis van positieve dieren adviseren we om eerst aanvullend nog een steekproef uit te voeren van de aangekochte en de oudere dieren om vervolgens, bij gunstige resultaten, de eerste screening verder te vervolledigen. Vraag hiervoor advies aan uw bedrijfsdierenarts.

Bij gunstige resultaten van een eerste screening laat u alle dieren nog eens onderzoeken 4 tot 8 maanden later. Houd bij dit alles rekening met het weideseizoen: u voert dus bijvoorbeeld de eerste screening uit in het najaar 2015 en de tweede screening in het voorjaar 2016. Dit wordt schematisch weergegeven in de figuur. Of u voert de eerste screening uit in het voorjaar 2016 en de tweede screening in het najaar 2016. Test ook in deze tweede screening geen enkel dier positief, dan kan u het I3-statuut aanvragen.


Contactgegevens
Met uw vragen kunt u terecht bij DGZ op tel. 078 05 05 23 of e-mail helpdesk@dgz.be.

Figuur 1 Om van een I2-statuut te kunnen doorgroeien naar een I3-statuut, laat u als eerste stap een I2-opvolgingstest uitvoeren (1a). Bedrijven met een gunstige opvolgingstest laten binnen de maand alle overige dieren ouder dan 12 maanden op het bedrijf testen om zo tot een volledige eerste screening te komen (1b). Bij een gunstig resultaat van deze eerste screening laat u alle dieren ouder dan 12 maanden nog eens onderzoeken 4 tot 8 maanden later in een tweede screening (2). Houd hierbij rekening met het weideseizoen. Test ook in deze tweede screening geen enkel dier positief, dan kunt u het I3-statuut aanvragen.

Figuur 1 Om van een I2-statuut te kunnen doorgroeien naar een I3-statuut, laat u als eerste stap een I2-opvolgingstest uitvoeren (1a). Bedrijven met een gunstige opvolgingstest laten binnen de maand alle overige dieren ouder dan 12 maanden op het bedrijf testen om zo tot een volledige eerste screening te komen (1b). Bij een gunstig resultaat van deze eerste screening laat u alle dieren ouder dan 12 maanden nog eens onderzoeken 4 tot 8 maanden later in een tweede screening (2). Houd hierbij rekening met het weideseizoen. Test ook in deze tweede screening geen enkel dier positief, dan kunt u het I3-statuut aanvragen.