RunderRadar brengt verslag uit over een aantal interessante praktijkgevallen

Geplaatst op 02 Mei 2017

Bedrijven met hardnekkige problemen op het vlak van diergezondheid kunnen via hun dierenarts een beroep doen op een team dierenartsen van Veepeiler Rund (DGZ) en de kliniek Inwendige Ziekten van de Grote Huisdieren (Universiteit Gent). In de rubriek RunderRadar brengt het team verslag uit over de meest opmerkelijke gevallen. In de afgelopen periode stierven een aantal kalveren aan hypomagnesiemie, alhoewel ze kunstmelk kregen. Enkele vleesveebedrijven kampten met hoog aantal gevallen van abortus, mogelijk gelinkt aan schurft. Een Oost-Vlaams melkveebedrijf werd getroffen door een salmonella-uitbraak en een ander melkveebedrijf contacteerde Veepeiler voor koeien met luchtwegproblemen, milkdrop en koorts.

Acute sterfte bij kalveren
Op een dikbilbedrijf stierven op enkele maanden tijd een tiental kalveren. De dieren kregen kunstmelk en krachtvoeder en waren slechts enkele weken oud toen ze acuut stierven. In hun drinkwater werden hoge aantallen bacteriën, waaronder Clostridia, teruggevonden. Eerdere autopsies toonden enkel milde darmontstekingen aan en gaven geen uitsluitsel over de diagnose.


Differentiaaldiagnostisch werd gedacht aan enterotoxaemie, septicemie (bv. salmonella) en hypomagnesiemie. Deze laatste diagnose was minder waarschijnlijk omdat de dieren kunstmelk kregen en het magnesiumgehalte in het oogvocht bij twee gestorven kalveren binnen de normaalwaarden viel. Bijkomend onderzoek op urinestalen bracht echter de diagnose aan het licht. Drie ogenschijnlijk gezonde dieren hadden in hun urine een magnesiumgehalte beneden de referentiewaarde. Dit bevestigde indirect de diagnose hypomagnesiemie.

De dierenarts onderzocht verder hoe kalveren deze ziekte toch konden ontwikkelen op kunstmelk. Naast de totale hoeveelheid magnesium speelt ook de biologische beschikbaarheid een rol, deze is sterk afhankelijk van de bron. Hierdoor kunnen - ondanks normale magnesiumgehalten in het voer - toch deficiënties ontstaan.

Abortus op dikbilbedrijven: wat met Trueperella pyogenes?
In januari en februari begeleidde Veepeiler drie vleesveebedrijven die te maken kregen met een sterk verhoogd aantal gevallen van abortus. Sinds het opstallen in het najaar waren er regelmatig dieren die aborteerden, meestal vanaf de zevende maand van de dracht. Alle abortussen werden onderzocht via het abortusprotocol. Hierbij kwam in 80% van de gevallen een reincultuur van Trueperella pyogenes - een gekende occasionele bacteriële abortusverwekker bij het rund - uit de longen en lebmaag van de afgestorven vruchten. Er konden verder geen conclusies getrokken worden.


Alle getroffen bedrijven kampten in de voorbije stalperiode met een matige tot erge besmetting met psoroptesschurft, met veel bloederige korstvorming en schuurletsels bij de dieren. De preventieve schurftaanpak op deze bedrijven was onvoldoende waardoor de incidentie en de ergheidsgraad van de aantastingen vrij groot was. Mogelijks waren deze letsels een intredepoort voor een Trueperella pyogenes bacteriemie die zo de foetus besmette. Op alle bedrijven was er bijkomend een significant selenium- en vitamine E-tekort. Twee van de drie bedrijven hadden een matige Fasciola-infestatie. Ook deze factoren kunnen mee een rol hebben gespeeld door hun negatief effect op de immuniteit van de drachtige dieren.

Op al de opgevolgde bedrijven stopten de abortussen zodra de schurftinfestatie onder controle was en de letsels genezen waren. Ook het mineralenrantsoen werd aangepast en waar nodig werd een leverbotbehandeling gestart.

Abortusstorm door een acute infectie met Salmonella Dublin
In februari kreeg een vleesveebedrijf in Vlaams-Brabant te maken met een abortusstorm. Meer dan tien koeien aborteerden op het einde van de dracht, wanneer ze quasi à terme waren. Via het abortusprotocol kwam een reincultuur van Salmonella Dublin uit de longen en lebmaag van elke afgestorven vrucht. Uit het antibiogram bleek deze Salmonella nog gevoelig te zijn aan verschillende eerste keus antibiotica. Ook verschillende van de aborterende koeien werden ziek, waarvan er één stierf.


Het bedrijf hield nog enkele levende BVD-dragers aan om af te mesten. Deze werden in een apart hok geplaatst. Toch valt het absoluut niet uit te sluiten dat er BVD-virus in de stal circuleert, met een negatief effect op de immuniteitsstatus van de koeien en bijgevolg een verhoogde gevoeligheid voor abortus door Salmonella Dublin. Door de strikte hygiëne en individuele huisvesting van de levend geboren kalveren werd geen enkel levend geboren kalf ziek.
Naar aanleiding van de arbortusproblematiek werden de BVD-dragers onmiddellijk geruimd en werd er een strikte hygiëne rond het afkalven toegepast. Elke koe die nog moest kalven, werd drie dagen behandeld met sulfa-trimethoprim. Ook de interne en externe bioveiligheid van het bedrijf werd verbeterd. Na deze aanpassingen stopten de abortussen op het bedrijf.

Een uitbraak van Salmonella Give op een Oost-Vlaams melkveebedrijf
De belangrijkste serotypes in de rundveehouderij zijn Salmonella Typhimurium en Salmonella Dublin. Salmonella Typhymurium veroorzaakt vooral hemorragische enteritis bij jonge en volwassen dieren. Bij een infectie met Salmonella Dublin treedt voornamelijk abortus en septicemie (met longontstekingen tot gevolg) bij jonge kalveren op. Ook andere, minder vaak voorkomende serotypes zijn beschreven bij rundvee zoals Salmonella Give. Meestal gaat het om minder virulente stammen die vooral problemen zullen veroorzaken bij een gedaalde weerstand bijvoorbeeld door de aanwezigheid van andere infecties.
Op het getroffen melkveebedrijf stierven verschillende kalveren - leeftijd één dag tot twee weken - met symptomen van hemorragische enteritis, pneumonie, nefritis en peritonitis. Vele kalveren stierven vrij acuut in de eerste twee levensdagen, anderen ontwikkelden een meer chronisch verloop in de tweede week met symptomen van bloederige diarree, dikke buik, colitis en uiteindelijk sterfte. Op drie kalveren met bovenbeschreven symptomen voerde DGZ een autopsie uit. Bij alle kalveren kwam uit darmen, longen en milt een reincultuur van Salmonella Give. Uit milt, lever en long van één kalf werd ook een multiresistente E. coli geïsoleerd.
De bestrijding van het probleem vraagt een totaalaanpak met aandacht voor hygiëne rond afkalven en kalveropfok in combinatie met immuniteitsondersteunende maatregelen rond biestmanagement en voeding. Meer over Salmonellose kan u lezen in de brocure ‘Focus op Salmonella’ op de website van DGZ.

Melkveebedrijven met milkdrop en koorts
Recent bezocht Veepeiler een melkveebedrijf met luchtwegproblemen, milkdrop en koorts. De milkdrop gebeurde ongeacht de lactatiecyclus. De zieke koeien hadden geen weidebeloop.


Door de luchtwegproblematiek werden bij recent zieke koeien enkele bronchoalveolaire lavages (BAL) genomen die in pool onderzocht werden op zeven ademhalingspathogenen met een PCR. Er werd ook een Chlamydia psittaci PCR uitgevoerd. Serologisch onderzoek op IBR en coronavirus in pre- en postsera werd meegenomen in de differentiaaldiagnose.

De voornaamste bevinding was een positieve C. psittaci PCR bij één van de drie onderzochte koeien. Ook het drinkwater - bemonsterd aan de drinkwaterbak - testte positief. Het drinkwaterstaal dat dicht bij de bron genomen werd, was negatief.


De laatste jaren heeft Veepeiler verschillende melkveebedrijven bezocht met dergelijke problematiek. Op een aantal van deze bedrijven werd C. psittaci gevonden in longspoelsels zonder dat een andere etiologische diagnose gesteld kon worden.

 
Auteurs:

Jozefien Callens, Koen De Bleecker, Lieze Decremer, Piet Deprez, Linde Gille, Bart Pardon, Evelyne Van de Wouwer, Laura Van Driessche, Katharina van Leenen, Hans Van Loo
Dierenartsen Gezondheidszorg Herkauwers, Dierengezondheidszorg Vlaanderen
Vakgroep Inwendige ziekten van de grote huisdieren en vakgroep Verloskunde, voortplanting en bedrijfsdiergeneeskunde, Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Gent

Wat is de RunderRadar?
Begin januari 2015 sloegen de dierenartsen van Veepeiler Rund (DGZ) en de kliniek Inwendige Ziekten van de Grote Huisdieren (Universiteit Gent) de handen in elkaar voor de diagnostische ondersteuning bij rundvee. Het resultaat is een gespecialiseerd, multidisciplinair team dat toegang heeft tot goed uitgeruste laboratoria, een autopsiedienst en een kliniek waar levende dieren met alle beschikbare technieken onderzocht kunnen worden. Bedrijven met hardnekkige problemen op het vlak van diergezondheid kunnen via hun dierenarts een beroep doen op dit team. In de rubriek RunderRadar brengt het team verslag uit over de meest opmerkelijke gevallen.

Foto 2: Melkkoe  DGZ

Foto 2: Melkkoe DGZ