Uitbraken met blauwtong (BT) ontdekt in de provincie Luxemburg

Geplaatst op 27 Maart 2019

Het Agentschap heeft de monitoring, die het in de afgelopen 2 weken heeft georganiseerd rond een verdenking van blauwtong (BT) serotype 8 in de provincie Luxemburg, bijna afgerond.

Ter herinnering, deze verdenking betreft een rundveebedrijf in Paliseul waar uit het winterwerk (winterscreening) is gebleken dat een klein aantal dieren besmet is met de ziekte. De monitoring, die op alle runder- en schapenhouderijen in een straal van 5 km rond het verdachte bedrijf werd georganiseerd, is bedoeld om uit te klaren of het virus effectief door vectoren verspreid werd.

De onvolledige resultaten van deze monitoring hebben nu bijkomende besmette dieren aan het licht gebracht op voorlopig 3 andere rundveebedrijven. Dit wijst erop dat er in het afgelopen najaar inderdaad virus verspreid werd door besmette vectoren (Culicoides sp.) en dat er dus sprake is van uitbraken van de ziekte.

Het FAVV past dan ook vanaf morgen 28 maart 2019 alle maatregelen toe die voorzien zijn in de regelgeving (KB 7 mei 2008 en verordening (EG) nr. 1266/2007).

Concreet:

  • Gans België wordt beperkingsgebied voor BTV serotype 8.Deze keuze om het door de Europese regelgeving voorziene beperkingsgebied met een straal van 150 km meteen uit te breiden naar het hele grondgebied betekent dat herkauwers nog steeds zonder specifieke BT-voorwaarden binnen heel België verplaatst kunnen worden, zonder hinder voor de handel.
  • Wat betreft het intracommunautaire handelsverkeer:
    • kunnen alle herkauwers zonder BT-specifieke voorwaarden naar andere zones waar eveneens BTV-8 aanwezig is (Frankrijk, Cyprus en Zwitserland, delen van Duitsland) verhandeld worden;
    • kunnen enkel "veilige dieren" verhandeld worden naar gebieden die vrij zijn van BTV-8.
  • Onder "veilige dieren" worden dan verstaan:
    • slachtdieren, die afgevoerd worden naar een slachthuis aangeduid door de lidstaat van bestemming; 
    • dieren die in het afgelopen jaar door de dierenarts gevaccineerd werden en die daarnaast hetzij een wachtperiode van 60 dagen, hetzij laboratoriumanalyses hebben ondergaan;
    • dieren waarvan de aanwezigheid van bescherming (antistoffen tegen BTV-8) aangetoond worden door een dubbel onderzoek, nl.
      • hetzij serologische onderzoeken ten vroegste 60 en vervolgens ten hoogste 7 dagen voor het vertrek,
      • hetzij een serologisch onderzoek ten minste 30 dagen en vervolgens een PCR (afwezigheid van recente besmetting) ten hoogste 7 dagen voor het vertrek.

Andere opties voorzien in de regelgeving – bv. quarantaine, ev. in combinatie met laboratoriumanalyses – zijn wegens het ontbreken van Culidoidesvrije stallen niet haalbaar.

Voor precieze details verwijzen we naar de procedure E504 op de website.

De precieze zonering voor BTV-8 (uitgezonderd België) en andere serotypes kan geraadpleegd worden op de website van de Europese Commissie

Het FAVV zal enkel dieren certificeren die voldoen aan de voorwaarden voor intracommunautair handelsverkeer. De correcte vaccinatie, uitsluitend uitgevoerd door de dierenarts, zal door deze laatste gestaafd moeten worden door een vaccinatieattest, nl. een afzonderlijk vaccinatieattest, hetzij het weergeven van de vaccinaties op de rugzijde van het runderpaspoort.

Het FAVV raadt de vaccinatie van herkauwers aan om ze te beschermen tegen BT en doet dit al sinds 2016. Of het nu op de Belgische markt is of, bij gebrek daaraan, via de cascade, de beschikbaarheid van vaccins is momenteel onzeker.

Meer informatie en details omtrent de maatregelen, de handel en de vaccinatie van dieren zijn terug te vinden op de website van de FAVV.  

Bron: FAVV.

Foto: Pixabay.