Stijgend belang van teken in BelgiŽ

Geplaatst op 11 Oktober 2016

De weinige vriesdagen zorgden dit seizoen voor een toename van het aantal tekenbesmettingen bij katten en honden. Bovendien duikt een nieuwe tekensoort op en verwachten experten dan ook dat de problematiek zal toenemen. Belgen maken zich dus niet voor niets zorgen over de teken- en vlooienproblematiek, blijkt uit een enquête die MSD Animal Health vandaag voorstelt.
 
Teken en vlooien worden vaak pas opgemerkt als het te laat is, als onze viervoeter er al door geïnfecteerd is. Dat is riskant, want deze kleine, irriterende parasieten kunnen de gezondheid van de kat of hond ernstig schaden. MSD Animal Health, een wereldwijd innovatief farmaceutisch bedrijf actief in de dierengezondheidszorg, liet door een onafhankelijk bureau peilen naar de teken- en vlooienproblematiek bij katten en honden. Vandaag maken ze de resultaten van de online enquête bij bijna 1.000 Belgen bekend.
 
Belg bezorgd om teken en vlooien
Een eerste opmerkelijk gegeven is dat 84% van de respondenten aangaf dat hun viervoeter de meeste tijd binnenhuis doorbrengt. Desondanks dat er dus veel binnenshuis-dieren zijn, blijkt uit de enquête dat meer dan 80% van de Belgische katten en honden al last heeft gehad van teken en/of vlooien.
Niet onlogisch, bleek dan ook dat 85% van de Belgen bezorgd is over de teken- en vlooienproblematiek. Dat is te verklaren door de schadelijke gevolgen die deze parasieten met zich kunnen meebrengen. Vlooien zuigen namelijk bloed bij de gastheer/vrouw en veroorzaken zo huidirritatie en/of jeuk. Sommige soorten kunnen ziekten overbrengen en kunnen eveneens mensen bijten. Teken daarentegen voeden zich met bloed van verschillende dieren die soms drager zijn van bacteriën en virussen. Bij een volgende beet kunnen ze deze doorgeven aan andere dieren of mensen en zo ziektes, als die van Lyme, overdragen.
“De laatste decennia is het belang van teken in Europa toegenomen, de problematiek valt niet te onderschatten”, licht prof. dr. Edwin Claerebout, vakgroep virologie, parasitologie en immunologie van de Universiteit Gent toe. “De afgelopen 5 jaar merken we in België ook Dermacentor reticulatus op, een teeksoort die is overgekomen uit Frankrijk en Nederland. Er wordt verwacht dat teken nog frequenter in ons land zullen voorkomen, aangezien deze nieuwe soort nieuwe kolonies kan beginnen vormen – afhankelijk van de aanwezigheid van een geschikte habitat en gastheren.”
 
Beter Belgisch klimaat voor teken en vlooien
Teken en vlooien vormen elk jaar opnieuw een bedreiging, wat bevestigd werd door de respondenten in deze rondvraag. “Enkel bij voldoende vochtigheid en als de omgevingstemperatuur hoog genoeg is, kunnen teken hun levenscyclus doorlopen”, zegt prof. dr. Claerebout. “De meest voorkomende teek, Ixodes ricinus, wordt actief bij temperaturen boven 5°C. Bijgevolg zijn tekenbesmettingen het meest uitgesproken in de lente en de herfst, maar omdat we afgelopen seizoen weinig vriesdagen hebben gekend, werden er in de winter meer teken vastgesteld.”
 
“Ook vlooienlarven hebben warmte nodig om te ontwikkelen tot volwassen vlooien en ontwikkelen zich daardoor hoofdzakelijk in de zomer en herfst”, gaat prof. dr. Claerebout verder. “Deze parasiet kan zich echter ook binnenhuis ontwikkelen, waardoor hij ook in de winter voorkomt. Preventie is daarom het hele jaar door nodig.”
 
Hoe meer huisdieren…
Eigenaars met meerdere huisdieren merken op dat hun dieren vaker door beide parasieten worden aangevallen, met respectievelijk 50% als men beide viervoeters heeft, 41% als men meerdere katten heeft en 36% als men meerdere honden heeft. Uit de resultaten bleek dat vlooien veel vaker voorkomen bij katten dan bij honden (38% tegenover 19%). “Vlooienplagen komen vooral voor bij eigenaars met meerdere katten”, verduidelijkt dierenarts Els Rogiers. “Een kat die vlooien heeft, laat dat niet steeds duidelijk merken. Vaak gaat ze zichzelf meer gaan likken en wassen waardoor het probleem pas laattijdig wordt opgemerkt door het baasje. De eieren en de larven van de vlooien worden dan al die tijd in de omgeving verspreid. Een hond met vlooien daarentegen laat een duidelijk jeukgedrag zien, waardoor de eigenaar veel sneller zal ingrijpen.”
 
Belg zet in op preventie 
Maar liefst 74% van de respondenten behandelde hun huisdier preventief tegen vlooien en 69% tegen teken. 40% van de ondervraagden gaf aan zijn huisdier zelf te behandelen wanneer het vlooien en/of teken heeft en doen hiervoor geen beroep op een dierenarts. Daarnaast controleert slechts 1 op 3 van de respondenten hun viervoeter dagelijks op teken. “Het is ideaal om een kat of hond preventief tegen teken en vlooien te beschermen, zo lopen zij het minste risico”, aldus Rogiers. “Indien er toch een teek op het huisdier zit, wordt deze best zo spoedig mogelijk (binnen 24u) door de eigenaar verwijderd zodat de teek (mocht deze besmet zijn) niet de tijd krijgt om de infectie over te dragen. In geval van besmetting is het echter aangewezen om een dierenarts te raadplegen.”
 
Teken- en vlooienbehandeling
Wanneer Belgen een product tegen vlooien en/of teken uitkiezen, hechten zij het meeste belang aan de effectiviteit en het gebruiksgemak, gevolgd door de aanbeveling van de dierenarts en de duur van het effect van het product. Prijs en gewoonte/merkgetrouwheid lijken minder doorslaggevende criteria te zijn in de bepaling van het product. De meerderheid van de ondervraagden koopt hun product bij zorgverleners: 46% gaat hiervoor naar de apotheek en 40% koopt dit bij de dierenarts aan.